dinsdag 21 juni 2016

Mijn trip naar het vagevuur in Napels.



Vorige week bezocht ik met mijn vriendin Napels. In onze reisgids werd de Zuid-Italiaanse stad een vat vol tegenstrijdigheden genoemd. Terecht zo bleek. Voor ieder mooi hoekje is er een vuile straat. Voor ieder mooi standbeeld of monument is er een met graffiti volgeklad gebouw. We zagen vrouwen die vuilbekkend stonden te discussiëren met elkaar en een minuut later een toevallig voorbijwandelende kloosterzuster aanklampten, het beeld van Maria dat ze droeg kusten en tien kruistekens maakten. Het is een stad van warme kleuren en vriendelijke en hartelijke mensen maar ook van het duister en het geheime. 


Een voorbeeld van dat duistere en geheime ontdekte ik toevallig tijdens het rondwandelen in het historisch centrum. Ik passeerde een kleine kerk die volledig in de steigers stond en waarvan de ingang bewaakt werd door twee bronzen doodshoofden: het Santa Maria delle Anime del Prugatorio ad Arco Complex.



Het complex is in twee delen verdeeld. Boven vind je een gewone kerk in Barok stijl. Onder de grond is er een kelder die wat meer tot de verbeelding spreekt: het Hypogeum.
De kerk en de kelder werden in de vroege zeventiende eeuw gebouwd in opdracht van een groep edelmannen die zich verzamelden in een cultus, de Opera Pia, die als hoofddoel had om voor de verloren zielen in het vagevuur te zorgen.
De kelder stelt het vagevuur voor en tot op de dag van vandaag dient die om de verloren en arme zielen (de anime pezzentelle) te aanbidden. In de grootste ruimte van het Hypogeum staat een altaar met een indrukwekkend zwart kruis. Aan beide kanten van de grote zaal zijn nissen met anonieme menselijke resten (beenderen en schedels), daar geplaatst door vrouwen van de cultus.




Het ritueel ging als volgt: de vrouwen kozen een schedel, plaatsten die in de kelder, droegen er zorg voor en baden voor de verloren zielen opdat ze slechts een korte periode in het vagevuur zouden doorbrengen. Als wederdienst vroegen ze de zielen om, eens ze in de hemel terecht kwamen, hen gunsten te verlenen.

Naast het altaar is er een smalle gang met aan het begin het graf van Graaf Giulio Mastrillo, een man van adel uit een familie die generaties lang schenkingen deed aan de kerk. Bizar om te zien: zijn schedel ligt in de kelder vlak onder zijn standbeeld in de kerk op het gelijkvloers. Iets verder in de gang zijn er opnieuw enkele nissen gebouwd die versierd zijn met bloemen, foto’s van heiligen en kleine tegels die daar geplaatst worden door Napolitanen om verloren zielen te herdenken en eren. Dit wordt tot op de dag van vandaag gedaan, ook al is de cultus en hun rituelen sinds 1969 door kardinaal Corrado Ursi verbannen uit de Katholieke kerkgemeenschap.


De smalle gang leidt naar een ruimte met aan de ene kant enkele graven zonder grafsteen. Er liggen enkel een tiental hopen aarde met elk een kruis. Hier liggen enkele weldoeners en leden van de cultus begraven. 

Aan de andere kant van de ruimte is er een klein altaar opgesteld. Op een kussen ligt een kleine schedel die een bruidssluier en een tiara draagt en omringd wordt door een groot aantal offers, onder andere kaarsen, zilverwerk en bloemen. Dit is de schedel van Lucia. Volgens een eeuwenoude mythe is deze Lucia een patroonheilige van jonge bruiden. Er bestaat geen officiële document of onderzoek om te bewijzen van wie de schedel precies is. 

Lucia
In het oude stadsgedeelte waar de kerk gebouwd is woonde ooit een Napolitaanse edelman, Don Demenico d’Amore, de prins van Ruffano. Zijn dochter stierf op zeventienjarige leeftijd vlak na haar huwelijk aan tuberculose. Haar vader, die de verloren zielen van het vagevuur nauw aan het hart lag, besloot haar te begraven op zijn heilige plaats, het Hypogeum van de verloren zielen. Ook hier bestaan geen officiële documenten van, zelfs niet in het archief van de kerk. Het verhaal en de legende van Lucia werd generatie na generatie overgenomen en versterkt. Er bestaan verschillende versies van het verhaal, de bekendste is dat ze een jonge vrouw van adel was en stierf door haar liefde voor een armere man. Lucia is nog steeds de patroonheilige voor jonge Napolitaanse bruiden.



Na het bezoek aan het Hypogeum kregen we nog een korte rondleiding in de bovengrondse kerk. Achter het altaar hangt er (verborgen voor de gewone kerkbezoeker) een grote schedel en ook in de decoraties en kunstwerken die er hangen zijn er veel verwijzingen naar schedels en het vagevuur.


Geen opmerkingen: